Selecteer een pagina

Literaire competentie
in het basisonderwijs

Wat is het en hoe kan een leerkracht hieraan werken?

Natuurlijk moet een leerkracht zijn leerlingen motiveren tot het lezen van boeken, werken aan hun leesmotivatie. Belangrijk hierbij is dat leerlingen positieve ervaringen opdoen. Maar daarnaast heeft een leerkracht nog een andere taak: hij moet een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de literaire competentie van zijn leerlingen. www.lesintaal.nl, de site die pabo-studenten ondersteunt bij het slagen voor de landelijke kennisbasistoets taal, geeft de volgende uitleg bij de rol van de leerkracht bij het werken aan de literaire competentie van zijn leerlingen: De leraar stimuleert de leerlingen zich een voorstelling van de opgeroepen wereld in het boek te vormen en tot een afgewogen oordeel te komen over het boek.

 

Hoe kan een leerkracht zijn leerlingen begeleiden in de ontwikkeling van hun literaire competentie? Een interessante vraag voor leerkrachten, pabo-studenten en pabo-docenten.
Nog interessanter: het vinden van een antwoord op deze vraag! Dit antwoord heeft Ssst … wij lezen! gevonden in het promotieonderzoek naar literaire gesprekken van Gertrud Cornelissen (Cornelissen, 2016). Cornelissen toont hierin aan dat leerlingen die met elkaar praten over gezamenlijk gelezen boeken zich ontwikkelen in het beargumenteren van hun belevingen. Zij ontwikkelen ook hun literaire smaak: de leerkracht laat hen boeken lezen die zij mogelijk niet zelf zouden kiezen en hierdoor krijgen zij de kans kennis te maken met andere genres, werelden, thematieken. Het samen lezen van een boek en het daarna erover met elkaar in gesprek gaan leidt tot meer leesplezier: over leeservaringen praten is niet saai en maakt duidelijk dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn.

Het proefschrift Maar als je erover nadenkt … Een jaar literatuuronderwijs in de groepen 7 en 8 van de basisschool beschrijft in het theoretisch kader de ontwikkeling naar literaire competentie en bevat een Handleiding literaire gesprekken in de bovenbouw van de basisschool. Op basis van deze handleiding heeft Ssst…wij lezen! literaire gesprekken ontwikkeld bij boeken voor groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8.

Net als nu werd
in 1945 ook gepest

Schets van het ontwikkelproces

Door het voeren van literaire gesprekken wordt het literair denken in gang gezet. Literair denken start door meeleven met de personages in het boek. Vanuit het meeleven met de personages groeit de interpretatie en de beoordeling. Literair denken betekent dat de verbeelding in werking wordt gezet en hierbij zijn meerdere scenario’s mogelijk. Door met elkaar in gesprek te gaan wordt het inzicht in mogelijke betekenissen van een boek vergroot.

Welke keuzes zijn gemaakt bij het ontwikkelen van de literaire leesgesprekken, gesprekken waarin lezers de gevoelens en gedachten die tijdens en na het lezen bij hen opkomen delen?
In vogelvlucht neem ik u mee in het ontwikkelproces van Ssst…wij lezen!

Hoe kies je geschikte boeken?

De criteria die Cornelissen noemt, zijn gehanteerd om te komen tot onze boekenkeuze. Het eerste criterium: de inhoud van de boeken moet aansluiten bij de leesbelangstelling van de betreffende groep, van zowel jongens als meisjes, van zwakke en sterke lezers, van leerlingen met verschillende culturele achtergronden. Het tweede criterium heeft te maken met de inhoud van het boek, die leerlingen moet uitdagen na te gaan denken over hun eigen wereld.

Ssst…wij lezen! heeft gekozen voor boeken van vrij bekende kinderboekenschrijvers (Tjibbe Veldkamp, Elle van Lieshout, Toon Tellegen, Selma Noort en Koos Meinderts). Enkele van deze boeken zijn bekroond met een Zilveren of Gouden Griffel (De tuin van de walvis, Zilveren Griffel 2016; Naar het Noorden, Gouden Griffel 2017; De zee kwam door de brievenbus, Vlag en Wimpel 2016 en Thea Beckmanprijs 2016). Hier kan met de leerlingen over gesproken worden, zodat zij bij het zelf kiezen van te lezen boeken weten dat zij op de kaft van een boek informatie kunnen vinden over mogelijke prijzen die een auteur gewonnen heeft.

Bedenk, is een boek gekozen voor de leesgesprekken, dan moet de volgende ‘hobbel’ worden genomen: alle leerlingen moeten over een exemplaar van het boek kunnen beschikken! In vijf weken worden vijf leesgesprekken gevoerd en in deze periode nemen de leerlingen het boek ook mee naar huis om thuis bepaalde passages te lezen of te laten voorlezen (groep 1-2, groep 3) door de ouders/verzorgenden.

 

Hoe bereik je dat leerlingen worden uitgenodigd over hun leeservaringen te spreken?
2-lezen - 2-2-04-postits.jpgCornelissen laat leerlingen werken met post-its. Wat betekent dit? Tijdens het lezen zijn de leerlingen in interactie met zichzelf: wat vind ik van wat ik lees? De leerkracht geeft de leerlingen de opdracht post-its te plakken bij bijvoorbeeld een passage die ze mooi, vreemd, spannend vinden. Hierdoor worden ze zich tijdens het lezen bewust van hun gedachten/gevoelens. Tijdens het leesgesprek daarna kunnen zij gemakkelijk de passages vinden waarover ze met anderen in gesprek willen gaan.
 
 
Wat wordt van de leerkracht verwacht bij het voeren van literaire leesgesprekken?
De leerkracht is degene die de leerlingen de ruimte moet bieden om hun leeservaringen te delen.
 
Dat impliceert een aantal zaken:
• De leerkracht ziet de leerlingen en luistert met inleving.
• De leerkracht waardeert de inbreng van de leerlingen: er is geen foute interpretatie mogelijk.
• De leerkracht geeft niet direct zijn/haar eigen mening.
• De leerkracht is niet bang voor stiltes, geeft denktijd.
• De leerkracht sluit aan bij wat de leerlingen inbrengen en probeert anderen hierop te laten reageren.
• De leerkracht vat af en toe samen of laat leerlingen samenvatten.
• De leerkracht stelt verschillende soorten vragen over hetzelfde item: kennisvragen, inlevingsvragen, diepgangvragen, interpretatievragen, beoordelings-/evaluatievragen, vergelijkende vragen (Cornelissen, 2016, p. 306-307).

Wat weet je van het hoofdpersonage?
Zou jij willen meemaken wat dit personage meemaakt?
Welk fragment uit het boek ontroert je het meest?

Literaire competentie bij kleuters: is dat mogelijk?

Hoe kun je al met kleuters werken aan de ontwikkeling van hun literaire competentie? Voor het kiezen van geschikte prentenboeken en voor het ontwikkelen van leesgesprekken is vooral gebruik gemaakt van het artikel van Myrthe Gosen Actief meedenken tijdens interactief voorlezen en van het onderzoek van Coosje van der Pol Prentenboeken lezen als literatuur.

Gosen (2013) beschrijft dat je met kleuters bij het klassikaal voorlezen van prentenboeken in gesprek kunt gaan over verklaringen of oplossingen voor gebeurtenissen of problemen in het verhaal. Zo’n gesprek begint dan met een vraag van de leerkracht: Hoe kan dat nou? Uit het vervolg van het verhaal blijkt welke verklaring of oplossing klopt. De kleuters verkennen met elkaar een aantal mogelijkheden en leren redeneren, kennis en inzicht te ontwikkelen.

Van der Pol (2010) maakt duidelijk dat de leerkracht bij het voorlezen van prentenboeken al kan werken aan de literaire competentie van de kleuters door in de vragen die hij stelt zich te richten op personages, spanning en ironische humor. Bij 24 prentenboeken worden leesaanwijzingen uitgewerkt: concrete tips bij 24 prentenboeken gericht op de door de leerkracht te stellen vragen in het kader van de ontwikkeling van literaire competentie van de leerlingen. Bruikbare tips voor de te ontwikkelde leesgesprekken bij Kom uit die Kraan! en O, o, Octopus.

Meten van literaire competentie: hoe doe je dat?

Natuurlijk wilde Ssst … wij lezen! heel graag weten of het voeren van de leesgesprekken invloed had op de literaire competentie van de leerlingen. Wat is gedaan om dit te kunnen bepalen?

Voor groep 1-2 is niet gewerkt aan het ontwikkelen van een instrument om de groei in literaire competentie te meten. De aandacht is gegaan naar het ontwikkelen van de leesgesprekken; vooral naar: hoe stel je de juiste vragen om de kleuters uit te dagen met je op verkenning te gaan?

Voor de groepen 3 t/m 8 is gewerkt op basis van vragenlijsten die in 2016-2017 door Lindsey Staijen in het leernetwerk Ssst … wij lezen! zijn ontwikkeld op basis van de gevalideerde Leesattitudeschaal van Aarnoutse (1993). In Samenwerken in opleiden en schoolverbetering, Opbrengsten project Versterking Samenwerking Opleiding en Scholen. Educatiejaarboek 2017 kunt u hier meer over lezen.

Verder hebben de leerlingen voorafgaand aan de leesgesprekken een verhaal moeten schrijven over hun laatst gelezen boek. Zij moesten in deze tekst antwoord geven op de volgende vragen:

  1. Beschrijf de inhoud van het boek. Waar gaat het verhaal volgens jou over?
  2. Beschrijf één gebeurtenis uit het verhaal en de personen die bij deze gebeurtenis een rol spelen.
  3. Beschrijf jouw mening over het boek.

2-lezen - 2-2-05-1-leerlinggesprek-Boaz.jpg2-lezen - 2-2-05-2-leerlinggesprek-Mara.jpg

Bij het coderen van de geschreven teksten is de werkwijze van Cornelissen gebruikt: voor de vier dimensies van literaire competentie (leesbeleving, interpretatie, beoordeling en narratief begrip) geeft Cornelissen concrete voorbeelden van formulering van leerlingen die passen bij niveau 1, 2 , 3 of 4 van de literaire competentie. Een voorbeeld:

Wat zeker hier vermeld moet worden, is de speciale aanpak bij het meten van de literaire competentie van de leerlingen in groep 3-4. Deze leerlingen hebben geen tekst geschreven over inhoud, gebeurtenissen, personen en hun mening over het boek. Met deze leerlingen zijn gesprekjes gevoerd, deze gesprekken zijn opgenomen en later beluisterd om gecodeerd te kunnen worden voor literaire competentie.

Tot slot: Mocht u na het lezen van dit artikel meer willen weten over het ontwikkelproces en de gemaakte keuzes hierin, dan is het interessant voor u onderstaande literatuur te raadplegen en een kijkje te nemen op www.awonderwijs.nl, waar alle documenten van Ssst…wij lezen! te vinden zijn. En natuurlijk: lees de artikelen in dit e-magazine met de gebruikerservaringen bij de ontwikkelde leesgesprekken. Wij hopen dat u aan het werk wilt gaan met het voeren van literaire leesgesprekken!

Te raadplegen literatuur

• Cornelissen, G. (2016). Maar als je erover nadenkt … Een jaar literatuuronderwijs in groepen 7 en 8 van de basisschool (Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam). Delft: Eburon.
• Cornelissen, G. (2018). Tekstwerelden vormen en delen. Literaire gesprekken voeren over boeken. JSW, 102, 6-9
• Gosen, M. (2013). Actief meedenken tijdens interactief voorlezen. MeerTaal, 3, 60-68.
• Pol, C. van der. (2010). Prentenboeken lezen als literatuur. Een structuralistische benadering van het concept ‘literaire competentie’ voor kleuters. Delft: Eburon.
• Staijen, L. (2017). Leesgesprekken in de bovenbouw van het basisonderwijs. Over het effect van het voeren van leesgesprekken op de literaire competentie en de leesattitude van leerlingen. In: Samenwerken in opleiden en schoolverbetering, Opbrengsten project Versterking Samenwerking Opleiding en Scholen. Educatiejaarboek 2017. Doetinchem: Iselinge Hogeschool, pp 41-45.

2-lezen - 2-1-06-marielledortant.jpgVoor vragen, opmerkingen: neem contact op met
Mariëlle Dortant (opleidingsdocent Iselinge Hogeschool)
en neem eens een kijkje op awonderwijs.nl, leernetwerken, Ssst…wij lezen!.